Genocide tegen de Tutsi

Van april tot en met juli 1994 werden in slechts 100 dagen naar schatting 1 miljoen Tutsi en gematigde Hutu door Hutu-extremisten vermoord. Daarnaast zijn 250.000 tot 500.000 Tutsi-vrouwen en -meisjes op brute wijze door Hutu-extremisten verkracht en/of ondergingen andere vormen van seksueel geweld. Overigens geldt dit ook voor een aantal mannen en jongens en Hutu-vrouwen en -meisjes. De misdrijven gepleegd in deze periode zijn wereldwijd erkend als de 1994 genocide tegen de Tutsi in Rwanda.

Het seksuele geweld kende verschillende vormen zoals groepsverkrachtingen, verkrachtingen met objecten, seksuele slavernij, gedwongen huwelijken en seksuele verminkingen. Vrouwen en mannen werden vaak meerdere malen verkracht over een langere periode. Zwangere vrouwen noch jonge kinderen werden ontzien. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid meldde in 2000 dat “bijna alle vrouwen die de genocide tegen de Tutsi overleefd hadden directe slachtoffers van verkrachting of andere vormen van seksueel geweld waren, of dat ze er in grote mate door geraakt waren”.

Propaganda

Een lange en bloedige voorgeschiedenis waarin haat zaaien door groepen op basis van ‘vermeende’ etniciteit een grote rol speelde, ging daaraan vooraf. Van grote invloed was de anti-Tutsi propaganda die al voor de genocide tegen de Tutsi van 1994 verspreid werd en die de Hutubevolking waarschuwde op te passen voor de Tutsibevolking. De daders van het seksuele geweld waren met name leden van de Hutumilities, de Interahamwe, maar verkrachtingen werden ook door soldaten van het Rwandese leger (FAR) gepleegd, inclusief de garde van de President en door burgers.

 

Gevolgen

De gevolgen voor de overlevenden die seksueel misbruikt werden, zijn immens groot. Naast het verlies van hun familieleden, hebben zij te kampen met fysieke en psychologische problemen, waaronder besmetting met HIV/Aids en kinderen die geboren werden als een gevolg van verkrachting. Ook zijn de overlevenden vaak alle bezittingen verloren en worden ze gestigmatiseerd door de gemeenschap. Dit alles leidt dikwijls tot grote armoede. Tot op de dag van vandaag ondervinden zij nog steeds de schadelijke gevolgen van de genocide.

Steun

De overlevenden (en hun kinderen) hebben behoefte aan psychologische, medische en materiële steun. Zeker 70 procent van de vrouwen die tijdens de genocide tegen de Tutsi verkracht zijn, raakten besmet met HIV/Aids en/of hebben andere ziektes opgelopen ten gevolge van het genocidale seksuele geweld.

Samen met onze partner Solace Ministries in Rwanda, steunt Mukomeze deze vrouwen en mannen.

Doneer nu

Doneer vandaag nog en help de vrouwen van Rwanda. Steun ze met een maandelijkse of eenmalige donatie. Kijk hier voor meer informatie over doneren aan Mukomeze.

Het laatste nieuws